Dodenherdenking: laat de pijn van toen een les zijn voor nu
Ja, de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog stonden tijdens de gezamenlijke Maastrichtse Dodenherdenking centraal. Maar de sprekers op het Koningsplein gingen de actualiteit van 2026 met zijn oorlogen, conflicten, dictators en would-be koningen en dus vele slachtoffers niet uit de weg.
Burgemeester Wim Hillenaar was duidelijk: 'De toestand in de wereld is ronduit beangstigend. De wereld is grimmig.' Hij vroeg om toch te blijven geloven in de samenleving vanuit de idee dat onze toekomst wordt bepaald door de keuze van iedereen persoonlijk. 'Wat de wereld nodig heeft is vertrouwen in menselijke waardigheid. Laten we blijven geloven in onze samenleving. Zodat we vandaag niet alleen terug kijken maar ook vooruit zodat wij de vrijheid die anderen voor ons hebben bevochten ook waardig zijn.'
Afro-Amerikaanse militairen
In de Paul Bronzwaer-lezing was oud-gouverneur Theo Bovens minstens zo duidelijk als de burgemeester. Hij wees bijvoorbeeld op de 900.000 Afro-Amerikaanse militairen die meevochten om Europa te bevrijden en eenmaal weer thuis in een samenleving terugkeerden met rassen-scheiding. 'Ook hun verhaal is het waard om verteld te worden', vroeg Bovens met een duidelijke verwijzing naar de ingreep van bovenaf in de informatie-panelen van de Amerikaanse begraafplaats in Margraten. Theo Bovens stelde de vragen die menigeen bezig houden die worden geconfronteerd met oorlogsgeweld: 'Het is vaak onbegrijpelijk dat nette mensen duivelse daders worden.' De oorlog beter begrijpen kan volgens Theo BovensLaten helpen om de brug te slaan naar de vraag: hoe word je een bruggenbouwer en een vredesstichter? Laten we uit het verleden kennis halen om te bouwen aan vrede. In Maastricht, in Limburg, in Europa.'
Brede vertegenwoordiging
De eerste krans van de massaal bezochte herdenking werd in aanwezigheid van minister Rianne Letschert gelegd door gedeputeerde Michael Theuns namens de provincie. Andere kransleggers waren burgemeester Hillenaar en de wethouders Fokke, Pas en Bastiaens, kinderburgemeester Liv Paanakker en de kinderraadsleden Raf Rutten en Joris Spier en een brede vertegenwoordiging van de Maastrichtse samenleving waaronder de stichting Veteranen, de kerkgenootschappen, politie, brandweer, politiek, vluchtelingen, buurtnetwerken Wyckerpoort en Wittevrouwenveld en studentenverenigingen.
Tijdens de herdenking zongen en speelden het ENCI gelegenheidskoor samen met hem Mannenkoor Borgharen, en harmonie de Gele Rijders samen met Fanfare Sint Hubertus.
'Vertrouwen in menselijke waardigheid is misschien wel precies wat we nu nodig hebben'
Burgemeester Wim Hillenaar.
'We staan hier vandaag in stilte. Met een nog wankeler gemoed dan voorgaande jaren. De toestand waarin we terecht zijn gekomen is ronduit beangstigend. Het laat ons nog meer beseffen dat vrijheid nooit vanzelf spreekt.
Vandaag herdenken we slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, de koloniale oorlog in Indonesië en alle oorlogssituaties en vredesmissies daarna. Maar we herdenken ook iets anders: de kwetsbaarheid van beschaving zelf. Hoe snel die kan worden aangetast, en hoe afhankelijk ze is van de keuzes die wij, gewone mensen, elke dag maken. Vaak onbewust.De wereld van nu voelt grimmig. Conflicten laaien op, woorden verharden. Wereldleiders die achteloos spreken over vernietiging, uitsluiting of het kleineren van anderen. Je vraagt je af: waar gaat dit heen?
Kwaad wordt overwonnen door deugden
Maar 4 mei is niet de dag om angst te voeden. Het is de dag om moed te vinden. In tijden van chaos zoeken mensen houvast bij iets wat groter is dan zijzelf. In het stadhuis op de Markt hoeven we maar naar boven te kijken om inspiratie te vinden. Op het plafond zien we hoe het kwaad wordt overwonnen door de deugden: moed, matigheid, rechtvaardigheid en wijsheid. Geen abstracte begrippen, maar richtlijnen voor hoe wij ons kunnen gedragen wanneer de wereld ingewikkeld wordt.
Deze deugden lopen als een rode draad door het werk van de heilige Augustinus, die leefde toen het Romeinse Rijk uiteenviel. In een preek zei hij: “Het zijn slechte tijden, zeggen de mensen. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij ZIJN de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.” Het is een oproep die eeuwen later nog steeds geldt: de wereld weerspiegelt ons gedrag.
Veerkracht en menselijke waardigheid
De Nederlandse historicus Johan Huizinga, een bewonderaar van Augustinus, waarschuwde in de jaren dertig van de vorige eeuw dat beschaving begint te wankelen zodra mensen hun gevoel voor maat en menselijkheid verliezen. Maar hij geloofde ook dat cultuur zich steeds opnieuw kan herstellen wanneer mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun woorden en daden.
Dat vertrouwen in menselijke waardigheid is misschien wel precies wat we nu nodig hebben. Dat is ook wat al die indringende oorlogsverhalen ons vertellen. Verhalen van helden en slachtoffers, verhalen van mensen zoals wij. Verhalen die we moeten blijven vertellen. Omdat ze staan voor.
Een beschaving is geen abstract idee, las ik laatst in een krantencolumn. Het is een eeuwigheid aan oma’s, vaders, overgrootmoeders en kinderen. Hun liedjes, verhalen, liefkozingen en anekdotes die ze elkaar vertellen op bruiloften en begrafenissen. “Op grampeer ziene sjoet”. Beschaving is het wezen der dingen. Juist daarom is beschaving zo kostbaar. Juist daarom is beschaving zo kwetsbaar.
Laten we zelf blijven nadenken
Vandaag herdenken we niet alleen de slachtoffers van oorlog. We denken aan wat zij achterlieten: hun kinderen, hun verhalen, hun geloof, hoop en liefde, hun moed, hun gevoel voor rechtvaardigheid. Ja, al hun deugden. Het is onze opdracht om deze herdenking levend te houden. Om niet weg te kijken wanneer mensen worden ontmenselijkt. Om niet cynisch te worden. Om te blijven geloven in dialoog en samenleven.
Laten we niet passief wanhopen, maar actief hopen.
Laten we zelf blijven nadenken.
Laten we waken voor manipulatie en desinformatie.
Tirannie en wrok herkennen en benoemen.
Laten we blijven opbouwen en terugduwen in tijden waarin alles van waarde onder druk staat. Waarin de rechtsstaat niet langer vanzelfsprekend lijkt.
Laten we daarom vandaag, in stilte en in verbondenheid, niet alleen terugkijken, maar ook vooruit, naar de volgende generaties. Zodat we de vrijheid die anderen voor ons bevochten waardig zijn.’
Legervoorraden van de Amerikaanse troepen op het Oranjeplein. Foto RHCL.
'Mogen we uit de verhalen van oorlog, vervolging, verzet en bevrijding, voldoende kennis putten om te bouwen aan vrede'
Theo Bovens.
Paul Bronzwaer-lezing
‘Het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei 2026 is: De Geschiedenis begrijpen. Als je begrijpt wat er in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog gebeurde, wat mensen tijdens de oorlog bewoog, welke keuzes toen werden gemaakt, kun je dan een vorm van herhaling voorkomen?
De voormalig Duitse bondspresident Richard von Weiszäcker zei ooit: 'Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst.' En dus openen we in herdenkingen als deze onze ogen, vergroten we ons blikveld.
Nu de ooggetuigen van de oorlog er vrijwel niet meer zijn, blijven hun verhalen onze bron. Wat maakten zij mee, waarom maakten ze welke keuzes. Om vervolgens die keuzes te spiegelen aan onze kijk op de wereld van vandaag. Wat zouden wij toen gedaan hebben, welke keuzes maak ik vandaag, of maak ik morgen.
Een passende plek
En plekken, monumenten, foto’s, beelden, voorwerpen helpen het verhaal verder te brengen. Zoals dit monument van Charles Eijck dat in 8 figuren verschillende aspecten van de geschiedenis weergeeft, zoals de bevrijding door het Amerikaanse leger, de activiteiten van verzetsmensen, de terugkeer van Nederlanders uit gevangenschap, de vreugde om herwonnen vrijheid, de hervatting van arbeid voor de wederopbouw, maar ook: de rouw om alle slachtoffers. Een passende plek dus.
Waar het monument staat, waar wij nu staan, ja de hele strook van Oranjeplein, Koningsplein tot ver naar het noorden, was vanaf september/oktober ’44 één grote openlucht opslagplaats van materieel en voorraden van het 9de Amerikaanse Leger, dat het hoofdkwartier in Maastricht had. Op foto’s van toen zie je rijen met tienduizenden kisten voedsel, munitie, onderdelen, tenten.
Meevechten in een gesegregeerd leger
Je ziet op die foto’s ook Afro-Amerikaanse soldaten, die waren ingedeeld in de ondersteunende troepen. Een groot deel van hen was in Maastricht, Valkenburg en Heerlen gelegerd. Meer dan 900.000 zwarte Amerikaanse soldaten deden mee aan de bevrijding van Europa. Zonder hun bijdrage aan onder andere de logistiek zou het Amerikaans leger machteloos zijn. Zij hielpen daarnaast mee aan de aanleg van de begraafplaats in Margraten, waar we een kleine 10.000 gesneuvelde soldaten gedenken. Onder hen ook 174 van Afro-Amerikaanse afkomst. Ook hun verhaal is waard om doorverteld te worden, want hoe bijzonder is het om in een gesegregeerd leger mee te vechten tegen nazisme en vóór vrijheid, gelijkheid en democratie, zaken die je thuis niet of in mindere mate kende.
Vermoord in Auschwitz
En als ik naar Koningsplein 20 kijk, weet ik dat daar 3 struikelstenen in het trottoir liggen. Als teken dat in dat huis de Joodse familie De Vries woonde, Isidore, Mietje en dochter Bep. Mietje was voor de oorlog actief geweest in het opvangen van Joodse vluchtelingen. Isidore was onder andere Limburgs contactpersoon van de Joodse Raad. Over lastige dilemma’s gesproken. Zij zijn in de zomer van 1943 gearresteerd in België waarheen ze waren gevlucht. Nog datzelfde jaar werden ze vermoord in Auschwitz.
In hun achtertuin, hier 125 meter hemelsbreed vandaan, tref je het schoolgebouw in de Professor Pieter Willemsstraat 39 aan. In die school moesten zich op 25 augustus 1942 zo’n 600 Limburgse Joodse mannen, vrouwen en kinderen, melden om te gaan werken in Oost-Europa. De oproepen daartoe werden door Limburgse ambtenaren en politiemensen een dag ervoor uitgereikt. Ongeveer de helft kwam niet opdagen, dook onder, of werd om medische of administratieve redenen geweigerd.
Van de 78 keerden er 8 terug
In de nacht van 25 op 26 augustus liepen uiteindelijk 290 mensen naar het NS-station voor de treinreis naar Westerbork. Twee dagen later vertrokken 208 Limburgse Joden vanuit Westerbork naar het Oosten. In het Poolse Kosel werden 78 Limburgse mannen tussen de 16 en 50 jaar uit die trein gehaald om onder erbarmelijke omstandigheden te werken in diverse kampen. De rest, kinderen, vrouwen en 50 plussers, reisde door naar Auschwitz en werd daar vermoord, velen binnen enkele dagen. Van de 78 mannen keerden er uiteindelijk 8 terug naar Limburg.
Grote en oprechte motivatie
Paul Bronzwaer, naar wie deze jaarlijkse lezing is vernoemd, was van 1936, maakte dus de oorlog als klein kind mee. De oorlog liet hem niet los, want zijn hele leven bleef hij feiten verzamelen, onderzoek doen en verhalen optekenen, die hij vervolgens in boeken en lezingen doorvertelde. Ik heb hem vaker ontmoet, en de motivatie om die verhalen van oorlog, verzet, leed, maar ook bevrijding en vrijheid te vertellen, was groot en oprecht. Hij werd leraar aan het Sint-Maartenscollege. Dat was in 1960 in datzelfde schoolgebouw Professor Pieter Willemsstraat 39. Het Sint-Maartenscollege werd later op zijn initiatief de adoptant van dit monument.
Duivelse daders
De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog ligt voor het oprapen. Je struikelt soms letterlijk over de verhalen. Verhalen die vaak onbegrijpelijk zijn. Hoe is het toch mogelijk dat gewone mensen andere gewone mensen zoveel leed aandoen, dat nette mensen duivelse daders worden? Hoe kun je een hele bevolkingsgroep zondebok maken voor problemen die je als samenleving hebt? Hoe kun je jezelf van grotere waarde achten dan de ander? Hoe kun je denken dat jouw eigen cultuur of geloof verheven is boven dat van een ander? Hoe kun je een ander land binnen vallen om het jouw wil op te leggen?
Optelsom van kleine stappen
Als we niet meer elke mens als gelijkwaardig levend individu zien, met een eigen ziel, een eigen wil, die goede dingen kan doen, maar ook fouten maakt, gaan we mensen alleen nog maar als onderdeel van een groep, een nationaliteit, een geloof zien. En dan is de stap naar de groep verantwoordelijk achten voor de daden van één lid nog maar heel klein.
Als we de verhalen van de Tweede Wereldoorlog horen, begrijpen en doorvertellen, snappen we wellicht iets meer hoe oorlog kan ontstaan, hoe mensen ontmenselijkt kunnen worden, en hoe het tot oorlogsmisdaden komt. Het is een optelsom van kleine stappen, concessies aan je geweten, denken: het loopt zo’n vaart niet, de president zal wel gelijk hebben. Elk mens telt, maar elk mens heeft ook invloed, verantwoordelijkheid.
Hoe wordt je een bruggenbouwer?
Ik wil echter ook oproepen om verhalen te vertellen over hoe vrede tot stand komt. Want dat begrijpen we helaas veel minder. In 1945 zijn er mensen in Duitsland en Frankrijk geweest die hebben gezegd: zullen we na 850 jaar eens ophouden met elkaar te bestrijden met wapens. Na 1945 zijn er mensen geweest die de universele rechten van de mens hebben opgeschreven, het Internationaal Recht hebben aangenomen, de Verenigde Naties en de Raad van Europa hebben opgericht. Met andere woorden: hoe wordt je een bruggenbouwer, een vredesstichter? Elke mens telt, heeft invloed, verantwoordelijkheid.
Hier om de hoek, bij de overweg Duitse Poort, stopte op 13 september 1944 om vijf voor half zes de eerste Amerikaanse tank. De bevrijding van Maastricht was begonnen. Mogen we uit de verhalen van oorlog, vervolging, verzet en bevrijding, voldoende kennis putten om te bouwen aan vrede tussen mensen, families, tussen bevolkingsgroepen, religies, en culturen. Te beginnen hier in Maastricht, in Limburg, in Nederland, in Europa!’