Jo Coenen en Luc Soete: Spoorplan gemeente biedt geen oplossing
De enige nieuwe verbinding over de sporen in het plan: een brug voor voetgangers en fietsers tussen de Sint Maartenslaan en de Meerssenerweg.
Het spoorplan van de gemeente gaat de barrière van de sporen tussen de oostelijke wijken en de rest van de stad niet oplossen. Ook mist de stad een 'unieke kans' om het spoorplacement grotendeels te vervangen door nieuwe woningen en kantoren in een 'parkachtige' omgeving.
Na 50 maanden denken en ontwerpen geven econoom Luc Soete en stedenbouwkundige en architect Jo Coenen in een nieuw stuk antwoord op het spoorplan 'GRND MSTRG' dat de gemeenteraad woensdag en eind januari bespreekt.
Het antwoord is hard en duidelijk: 'Wij delen de conclusie en aanbeveling van dit rapport niet. De aanbevolen varianten lossen ons inziens de spoorbarrière in de stad niet op. Integendeel, de Maastrichtse spoorzone wordt eerder aangepast aan de bestaande spoorbarrière die daarmee als het ware vereeuwigd wordt.'
Coenen en Soete vinden daarentegen dat hun plan kansen biedt voor betere verbindingen waar de stad tientallen jaren mee vooruit kan. Ze schrijven vrij vertaald: Het oude en misbare deel van het spooremplacement en de antieke overwegen Duitsespoor en Dr. Ariënsstraat maken plaats voor een 'substantiële' verbetering van de stad.
Tunnelbak van 350 meter lang
Het spoorplan van de twee Maastrichtenaren ruimt misbare sporen op en legt de overblijvende sporen ondergronds in een tunnelbak van 350 meter lang, 40 meter breed en 10 meter diep. Die komt direct aan de spoorkant van het station te liggen. De rest van het emplacement komt beschikbaar voor betere verkeersverbindingen tussen oost en west en voor de bouw van 7.500 woningen en kantoren.
Erfpacht betaalt de tunnel
In hun stuk aan de gemeenteraad reageren de twee bedenkers ook op de kritiek dat hun plan onbetaalbaar is. Zij wijzen de schatting van ProRail (Coenen/Soete-plan kost 1.600 miljoen euro) af. Zij denken, gesteund door berekeningen van adviesbureaus, dat het voor 1.000 miljoen moet kunnen lukken.
Hoe dat enorme bedrag op tafel kan komen, hebben ze ook al bedacht: de gemeente kan elk jaar zo'n 37,5 miljoen incasseren als de grond voor woningen en kantoren in erfpacht wordt uitgegeven. Die jaarlijkse opbrengst kan worden gebruikt om het leeuwendeel van de plankosten te lenen. Daarnaast wordt veel geld bespaard omdat er geen nieuwe passerelle, wandel/fietsbrug en aanpassing van de tunnel Scharnerweg nodig zijn. Die kosten schat de gemeente op een bedrag tussen de 188 en de 240 miljoen euro.
Spoorgeld van de EU
De rekensom van Coenen en Soete is gemaakt zonder geld van het rijk. Maastricht ligt te ver van de randstad om daar op te kunnen vertrouwen, zo stellen zij. Wel zien zij in de toekomst kansen om geld van de EU binnen te halen. Dat komt dan uit een pot waarmee de kosten worden betaald voor een TGV-net tussen alle hoofdsteden van de Europese Unie. Maastricht maakt kans op geld omdat de spoorlijn Breda - Antwerpen op dit moment de enige snelle treinverbinding vormt tussen Nederland en België. De verbinding Maastricht – Luik is in de ogen van Coenen en Soete de meest logische, tweede grensovergang voor Nederlandse hoge snelheidsverbindingen met België.
Opportunistisch
De vijf buurtnetwerken rondom het spooremplacement hebben al eerder hun voorkeur uitgesproken voor het plan van Coenen en Soete. In hun stuk aan de gemeenteraad verwijzen ze daar ook naar: 'Het voorstel is het resultaat van intensieve medewerking en betrokkenheid van vele burgers van Maastricht. Wij rekenen dan ook op een brede steunbetuiging zodat het stadsbestuur kan worden overtuigd om niet te kiezen voor de goedkope, hoofdzakelijk opportunistische varianten in het GRAND MSTRG-voorstel. Varianten die de spoorbreuk in Maastricht grotendeels intact laten maar wel gebruik maken van de ruimte van het spooremplacement voor woningbouw.'
Jo Coenen (links) en Luc Soete blijven ijveren voor hun plan ‘Rond het spoor’. Foto Etienne van Sloun.